Signalen en diagnose
Iedereen met een natuurlijk gebit krijgt waarschijnlijk te maken met enige gebitsslijtage, maar veel patiënten worden zich er waarschijnlijk pas in een gevorderd stadium van bewust.
Momenteel bereikt erosie doorgaans pas de diagnostische drempel wanneer restauraties noodzakelijk zijn. Verbeterde herkenning van de vroege symptomen is cruciaal om effectieve preventieve maatregelen te kunnen nemen.
Tandgevoeligheid kan in elk stadium van erosie optreden. Dit kan variëren van incidentele pijnprikkels tijdens het nuttigen van hete, koude of zoete voedingsmiddelen, tot vrijwel continue gevoeligheid die gemakkelijk door de geringste stimuli wordt geïnduceerd. Het is goed mogelijk dat incidentele gevoeligheid tijdens periodieke controles niet door de patiënt wordt gemeld.
De pathofysiologie van erosie
|
1.Glans & textuur
| Het tandoppervlak verliest zijn glans en textuur, wordt glad naarmate het glazuur afslijt |
Primaire & secundaire preventie |
 |
|
2.Kleur
| Doordat het glazuur dunner wordt, kan het donkerder gekleurde dentine hier doorheen schijnen, waardoor de elementen geel lijken |
|
3.Doorschijnendheid
| Incisale randen worden dunner waardoor het element doorschijnend lijkt |
Restauratief ingrijpen |
|
4.Structuur
| Kleine barsten en fracturen verschijnen op zwakker wordende incisale oppervlakken, veroorzaakt door het dunner worden van de tandstructuur |
|
5.Vorm
| Restauraties kunnen verhoogd lijken. Op de cervicale vlakken verschijnen kerfvormige laesies en op de occlusale vlakken treedt kom- en kratervorming op |
5
Zero DT, Lussi A. Erosion - chemical and biological factors of importance to the dental practitioner. int Den J 2005: 55: 285-290.